Ontwerpers Rikkert Paauw en Jet van Zwieten bouwen zelf ontworpen huisjes vanuit een bouwcontainer. Met een bakfiets struinen ze de buurt af naar bruikbare spullen en binnen een week verandert de container in een bijzonder stukje architectuur. Na Milaan en Wenen is het de beurt aan hun thuisstad Utrecht. In drie afzonderlijke Utrechtse wijken bouwen ze een huis met gevonden spullen uit de buurt. Het gebouw in Leidsche Rijn is inmiddels af. Voor het online tijdschrift LUCY spreek ik op deze regenachtige 2e paasdag met ontwerper Jet van Zwieten, nadat ze zijn neergestreken in de Wittevrouwen. (Flyer Straatlokaal. Foto door Foundation Projects.)
Hoe komt het gebouw tot stand? Je hebt de container, en dan?
“Er is de plek en het materiaal. In Leidsche Rijn hebben we heel bewust een plek bij het water gekozen. Het water, het spoor en die weidsheid die je daar hebt. Dat gegeven vonden we erg interessant en typisch voor de wijk. In de Wittevrouwen vind je dat natuurlijk niet. De eerste dag had Rikkert al zoiets: er moet een vlonder komen. Of een steiger. Voor het huisje zelf hadden we nog helemaal geen idee, dus dan wordt het beschikbare materiaal het volgende uitgangspunt. We stallen alles uit op de grond en kijken dan wat bruikbaar is.”
Hoe komen jullie aan het materiaal?
“Voor het mooie materiaal gaan we echt op zoek op verschillende plekken. Rikkert doet dat eigenlijk al vanaf dat hij kind is. Hij is een geboren vinder en heeft altijd al een brommer of bakfiets gehad om spullen te verzamelen. Maar mensen komen ook gewoon dingen brengen. We hebben flyers gemaakt met een soort uitnodiging/uitleg over wat we doen. Dat werkt heel goed.”
Is het ontwerp een weerspiegeling van de wijk waarin het staat?
“Ja, dat zie je heel duidelijk terug in het materiaal wat we gebruikt hebben. In Leidsche Rijn is het huisje een mix van karakteristieke materialen van oude boerderijen en kleine fabriekjes in combinatie met typische vinex-elementen.“
Wat is er dan nog zo karakteristiek aan Leidsche Rijn?
“Tijdens het zoeken naar materialen kwamen we in een oude hooischuur terecht. Voor het stapelen van hooibalen kon het dak eraf en omhoog geplaatst worden. Die techniek hebben we weten toe te passen in ons definitief ontwerp. Ons huisje moest namelijk ook demontabel zijn, zodat het kan worden opgeslagen voordat het in mei op de Neude komt te staan. Het eindresultaat lijkt op een boerenschuur met een vergelijkbaar schuin dak, maar dan wel met een gloednieuwe laminaatvloer erin. Een vrouw gaf deze vloer weg, omdat ze bij nader inzien de kleur toch niet zo mooi vond. Zo is het net als in eerdere projecten echt een ding geworden wat daar vandaan komt.”
Jullie hebben dit project al eerder uitgevoerd in Milaan en Wenen. Merken jullie verschillen?
“Er zijn grote verschillen. Italianen zijn heel enthousiast en die vinden alles snel goed. Ze zijn heel gastvrij. Je geeft ze een kopje koffie met een stroopwafel en ze praten de oren van je hoofd. In het begin denkt iedereen, wat een troep. We staan ook gewoon te zagen en te lassen op straat, maar In Italië kon het allemaal. In Wenen was het juist heel moeilijk. Ze leken eerder een beetje cynisch. In Nederland zijn we heel erg gewend om afval in te zamelen; die cultuur hebben we hier. Dat moesten ze in Wenen nog leren, alles werd weggegooid. Toen het huisje bijna af was kregen we pas het idee dat mensen het ook echt leuk vonden.“
Wordt het ontwerp daardoor ook heel anders?
“Ja, het is altijd improviseren. Het weer, de plek , het materiaal en wat staat mooi speelt een belangrijke rol. In Wenen was het heel koud en daar stonden we op een plek langs een driebaansweg weg. Om een beetje beschutting te hebben moesten we de container zo snel mogelijk dichttimmeren. We hebben ons daar bijvoorbeeld ook laten inspireren door de ingangen voor de metro die de architect Otto Wagner destijds heeft ontworpen. We hebben geprobeerd om die kleuren en vormentaal te gebruiken, als een eerbetoon aan de al bestaande architectuur. In Milaan was het lekker weer en een sociaal straatleven, dus toen hebben we het ontwerp bewust open en transparant gehouden.”
Wenen 2010. Foto’s door Foundation Projects.
En toen naar Nederland.
“We dachten eerst dat het wel een beetje saai zou worden, maar na de eerste week hebben we al unieke vondsten gedaan. Het gebouwtje fungeert een beetje als identiteitsdrager. Dat vonden we heel spannend en interessant na Milaan en Wenen. Elk gebouw werd een totaal ander ding. Daarom zijn we ook gaan zoeken naar drie wijken met totaal andere identiteiten. Elk gebouwtje is een nieuw ding. De opgedane kennis en ervaring nemen we wel mee in het nieuwe ontwerpproces.”
Wat is jullie mooiste vondst tot nu toe?
“In Milaan hadden we een oude man ontmoet met een ijzeren vakjesbak voor schroefjes en kleine dingetjes. Het was echt een loeizwaar ding. Het stond al jaren in de kelder en het bezorgde hem alleen maar hoofdpijn. Die vierkante vakjes waren precies de maat van een wijnfles, dus wij wilde deze kast heel graag gebruiken voor onze bar. Ineens zag je die sprankeling in zijn ogen, hij zag het nieuw leven krijgen. In ruil voor de kast moesten we zijn schuur opruimen. Daar moest ik wel meteen aan denken. Of twee mannen met een schuur vol spullen. Het was één grote bende, maar zij bleken intussen de mooiste ingelegde parketvloeren te maken voor celebrity’s van over de hele wereld zoals Madonna. Dan sta je ook even raar te kijken.”
Koffie met stroopwafels. Foto door Foundation Projects.
Wat is het? Architectuur, een kunstwerk, een meubel?
“Goede vraag. Het heeft heel duidelijk een hint naar architectuur, maar het is meer een identiteitsdrager. Ik denk dat het er niet echt toedoet wat het is. Het is meer een proces. Uiteindelijk worden de gebouwtjes samen een paviljoen. Heel veel mensen geven het dan de naam social design. In het begin dachten we, ja hoezo? Dat sociale aspect en die interactie zit er natuurlijk in. Maar zo is het niet per se begonnen. We werken heel erg improviserend en dat is ook onze kracht. We geven een toevallige inbreng de ruimte. Nu denken we, noem het maar zoals je het wilt.”
Wat gebeurt er met de gebouwtjes?
“Onderdelen worden meegenomen en meubels die we maken worden verkocht. De constructie beland gewoon weer terug in de container. Het project is een tijdelijke ontmoeting, meer een interventie eigenlijk. We worden steeds meer gevraagd om deze ontwerpmethode te gebruiken voor permanente ontwerpen. Zo hebben we vorig jaar portieken in Overvecht opgeknapt met spullen uit de buurt. Momenteel zijn we bezig met de herinrichting van de foyer van Cultuurhuis Stefanus, ook in Overvecht, met behulp van buurtbewoners. We proberen de drempel heel laag te houden. In de buurt zijn, rondlopen, met mensen praten, het werkt ook voor permanente dingen. We houden zelf wel de regie in handen, het moet wel goed worden en niet zomaar een allegaartje.”
Wat is jullie toekomstdroom?
We willen nog wel een aantal sessies doen voor de serie. Om te zien dat elke plek een andere resultaat oplevert. We zijn inmiddels een stichting geworden om ook in aanmerking te komen voor subsidie. We willen het wel blijven door ontwikkelen, per plek iets anders verzinnen en niet zomaar ons trucje kopiëren en ergens anders uitvoeren. We staan overal wel voor open, maar je wordt ook kritischer. Je maakt een subjectief document van zo’n plek, een tijdbeeld, een collage. We proberen steeds meer een samenhangend verhaal te creëren.”
Milaan 2010. Foto’s door Foundation Projects.
Dus geen rondreizend circus?
“We hebben er wel over nagedacht, maar het project is heel intensief. Het kost veel tijd om te regelen en ook fysiek merk je het. Je bent de hele tijd buiten, continu gefocust. Heen en weer fietsen, spullen sjouwen. Dit moet je denk ik 1 of 2 keer per jaar doen. Het mag ook wel iets bijzonders blijven.”
Wat verwacht je van de komende week in de Wittevrouwen?
“Veel meer dat buurtgevoel. In Leidsche Rijn voelden we niet de echt de sociale cohesie van de wijk. Tijdens het flyeren in de Wittevrouwen kwamen we al snel met veel enthousiaste mensen in gesprek. De container ligt nu al vol spullen en we zijn nog niet eens begonnen. Dat betekent dat de mensen hier zeer betrokken zijn. Het huisje zelf wordt wat kleiner, met meer aandacht voor meubels en oog voor detail. Misschien kunnen we uiteindelijk een terrasje maken. Hoewel, zo te zien hebben we nu eerst dringend een dak nodig.”
Straatlokaal is een project van Foundation Projects en staat nog t/m 15 april in Wittevrouwen op het pleintje van de Bollenhofsestraat en Zandhofsestraat. Van 16 t/m 22 april staan ze in Kanaleneiland op de Pearsonlaan en van 5 t/m 10 mei zijn alle gebouwtjes te zien op de Neude. Voor meer informatie: www.foundationprojects.eu
Tekst: Joris Roovers











